Gemeenten worden met de Wmo verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning. Maatschappelijke ondersteuning omvat activiteiten die het mensen mogelijk maken om mee te doen in de samenleving. Dat kan bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk en mantelzorg, maar ook met goede informatie en advies, opvoedingsondersteuning en huishoudelijke hulp. Het ministerie van VWS geeft de kaders aan waarin elke gemeente haar eigen beleid kan maken. Een beleid dat afgestemd is op de wensen en samenstelling van de inwoners.
De Eerste Kamer heeft op 27 juni 2006 besloten dat de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) op 1 januari 2007 van kracht wordt. De gemeente Gulpen-Wittem houdt u middels deze internetpagina's op de hoogte van lokale ontwikkelingen. Ook vind u hier informatie over deze nieuwe wet, het waarom, de rol van de gemeente, relevante documenten en handige links.
De Welzijnswet, de Wet voorzieningen gehandicapten en de huishoudelijke verzorging uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten gaan in de Wmo op.
Op dit moment zijn er nog teveel verschillende regels voor verschillende voorzieningen voor bijvoorbeeld mensen met een beperking en ouderen. Met de Wmo kunnen gemeenten al die regelingen bij één loket onderbrengen. Mensen kunnen er terecht voor informatie, advies en het aanvragen van hulpmiddelen en voorzieningen.
De Wmo wil mensen in staat stellen om mee te doen. Zodat mensen zichzelf beter kunnen redden. De Wmo regelt dat mensen die hulp nodig hebben in het dagelijkse leven ondersteuning krijgen van hun gemeente. Het gaat om voorzieningen als hulp in het huishouden, een rolstoel of woningaanpassing. De Wmo ondersteunt mensen die zich inzetten voor hun medemens of buurt. Het gaat bijvoorbeeld om mantelzorgers en vrijwilligers. De Wmo stimuleert activiteiten die de onderlinge betrokkenheid in buurten en wijken vergroten. De Wmo biedt ondersteuning om te voorkomen dat mensen later zwaardere vormen van hulp nodig hebben. Het gaat bijvoorbeeld om opvoedingsondersteuning en activiteiten tegen eenzaamheid.
De gemeente wordt met de Wmo verantwoordelijk voor de maatschappelijke ondersteuning. De gemeente moet er voor zorgen dat iedere burger volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij. Daarbij mogen ouderen en mensen met een beperking geen drempels ervaren. Elke gemeente mag zelf bepalen hoe ze de maatschappelijke ondersteuning organiseert. De gemeente kan de dienstverlening beter aanpassen op iemands persoonlijke omstandigheden. De gemeente heeft immers beter zicht op de plaatselijke situatie dan de rijksoverheid. De gemeente weet welke organisaties ingeschakeld kunnen worden en aan welke voorzieningen burgers behoefte hebben.
Er komen dadelijk verschillen tussen gemeenten. Elke gemeente biedt maatwerk, afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van haar burgers. Als duidelijk is dat een buurgemeente betere voorzieningen biedt, kan iemand met dat gegeven naar zijn eigen gemeentebestuur stappen en om verbetering vragen.
Gemeenten gaan burgers en cliëntenorganisaties betrekken in hun plannen voor de Wmo. De gemeente maakt elke vier jaar een plan over hoe ze de maatschappelijke ondersteuning organiseert. De gemeente is verplicht om haar inwoners te betrekken bij het opstellen van het plan. Als burgers het niet eens zijn met de manier waarop hun gemeente de Wmo uitvoert, kunnen ze de gemeenteraad vragen de wethouder ter verantwoording te roepen. De verandering in de sturingsfilosofie houdt in dat gemeenten straks verantwoording moeten afleggen aan hun eigen inwoners in plaats van aan het rijk.
Vrijwilligers en mantelzorgers gaan straks een belangrijke rol spelen in de Wmo. Het kabinet wil de vrijwillige inzet en informele zorg beter verankeren in de Nederlandse samenleving. De nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geeft vrijwilligerswerk en mantelzorg voor het eerst een wettelijke basis. Met de Wmo kunnen gemeenten mantelzorgers of vrijwilligers beter en gerichter ondersteunen.
Om de vrijwillige inzet op peil te houden schenkt de regering de komende jaren extra aandacht aan het weghalen van belemmeringen in wet- en regelgeving, het verbeteren van ondersteuning voor mantelzorgers en het werven van nieuwe vrijwilligers, vooral onder jongeren en allochtonen. Ook komen er landelijke kenniscentra om deskundigheid over mantelzorg en vrijwilligersbeleid te bevorderen.
(Deze informatie komt deels van de website van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)